de ombouw van de broodoven
|
|
dinsdag 17 april 2007 |

De ombouw is klaar. Een pure metselaar legt zo'n 500 a 1000 stenen op een dag maar daar kom ik natuurlijk nooit aan. Maar het bedje van de metselaar is meestal al gespreid; de bakstenen staan netjes voor hem klaar en de metselspecie is gedraaid. Ik moet alles zelf doen (en dat maakt het werk gelukkig wel zo gevarieerd). Hiernaast de eerste 2 lagen van de ombouw. Om de ombouw te beschermen tegen de elementen gebruik ik voor de onderste laag nieuwe, kwalitatief goede stenen. Ook meng ik voor deze laag een sterke (waterdichte) metselspecie van portlandcement en zand in een verhouding 1:3. Voordat een nieuwe laag wordt gemetseld, wordt het metseldraad op de nieuwe hoogte (de bovenkant van de nieuwe laag) gebracht. Dit is simpel want op alle metselprofielen is namelijk al eerder een laagverdeling aangebracht welke is gekopieerd van de zogenaamde lagenmaat. Een laag is gelijk aan de dikte van een steen plus de dikte van een voeg. De lagenmaat is een lat met een serie strepen (de laagverdeling) waarvoor geldt dat de onderlinge afstand tussen de strepen precies 1 laag telt. | Hiernaast is de ombouw al half klaar. Met uitzondering van de onderste laag gebruik ik oude, gebruikte metselstenen.
Voor het bepalen van de laagdikte ga je bij oude stenen uit van een gemiddelde dikte. Deze bepaal je als volgt. Leg 10 stenen op elkaar en meet de hoogte. Deel de hoogte door 10 je hebt de gemiddelde hoogte van een steen. Neem de voeg wat dikker om stenen die dikker zijn dan gemiddeld op te kunnen vangen. De metselspecie is er een van cement, zand en kalk in een verhouding 25:5:4 (in de praktijk al gauw 5:1:1). Het gebruik van kalk maakt de mortel elastisch en makkelijker verwerkbaar. Bovendien is een muur gemetseld met kalk ook weer af te breken zonder dat de stenen verloren gaan (niet dat ik dat nu al van plan was). Het toevoegen van kalk aan een mengsel van cement en zand raakt een beetje in onbruik. Tegenwoordig zijn kant-en-klare metselmortels te krijgen in de juiste mengverhouding. | De profielen voor de opening van de houtopslag heb ik hier ondertussen vervangen door een mal voor de boog boven de opening. De boog is een cirkeldeel (ik was even helemaal klaar met die parabolen). Als straal van het cirkeldeel wordt vaak zo'n 1.5 keer de lengte van de overspanning aangehouden maar dit geeft een relatief flauwe boog. Ik hou zelf van een wat meer uitgesproken boog.
Belangrijker voor de bepaling van de (straal van de) boog zijn echter de volgende, vaak toepaste randvoorwaarden. De bovenkant van de boog moet samenvallen met de onderkant van de lintvoeg van de bovengelegen laag (zie de foto). De geboorte van de boog moet aan de bovenkant samenvallen met een lintvoeg van het omringende metselwerk. Dit laatste voorkomt het moeten toepassen van stenen met een visbek. | Ik heb deze laatste voorwaarde niet toegepast, hetgeen resulteert in een wat minder mooie boog (ook al ben ik er toch niet minder trots op).
Achter de boog de assleuf die ik heb aangesmeerd om te voorkomen dat de as blijft hangen in de perlitelaag. | En ja hoor, de boog blijft hangen. Aanschouw de ombouw in volle glorie. Weer een fase afgerond!
Boven op de ombouw staat de mal voor de rookvang, de volgende fase. | |